Almelo zit in de lift. Het is prettig wonen in de stad, men voelt zich veiliger en ervaart een goede werk-privébalans. Maar er zijn ook ‘zorgwekkende’ ontwikkelingen: de sociale cohesie brokkelt af en het aantal huishoudens met problematische schulden neemt toe. Welke kant gaat Almelo op?
Zo’n zestig Almeloërs kwamen samen in de bibliotheek voor een stadsgesprek over de stand van Almelo. Data scientist Marten Middeldorp van Atlas Research presenteerde onderzoeksresultaten hoe de 50 grootste Nederlandse gemeenten scoren op brede welvaart: een combinatie van economische groei en leefbaarheid, zoals veiligheid, woonplezier en gezondheid. Almelo staat op de zeventiende plek, met opvallende contrasten. De stad doet het bijvoorbeeld beter dan veel steden in het westen van het land, maar blijft achter op andere terreinen.
Hoewel de brede welvaart stijgt, neemt ook het aantal huishoudens met problematische schulden toe. In Almelo is dat aantal harder toegenomen dan in vergelijkbare gemeenten. Dat betekent dat een ‘structurele’ groep inwoners niet profiteert van de economische vooruitgang. Volgens Middeldorp heeft dit te maken met een kloof tussen arm en rijk. Raadslid Bert Hümmels (Leefbaar Almelo) uitte zijn zorgen: “Statistisch gezien staat Almelo er mooi voor, maar voor mensen in armoede wordt het niet beter.”
Almelo kent een lange historie van hoge werkloosheid. De afgelopen jaren is een ‘flinke inhaalslag’ gemaakt: er zijn ‘meer banen’ en voor ‘een grote groep mensen’ gaat het economisch voor de wind. Maar tegelijkertijd tekent zich een ‘zorgwekkend’ probleem af: het aandeel Almelose jongeren zonder startkwalificatie is ‘gigantisch’. "Dit is gevaarlijk, want bij een economische crisis zijn het deze jongeren die als eerste geraakt worden”, aldus Middeldorp.
Achteroverleunen is geen gebod voor een stad als Almelo. Hoewel inwoners zich ‘veiliger voelen’ en ‘minder’ overlast ervaren, is deze ontwikkeling allesbehalve stabiel. Het aantal misdrijven neemt namelijk langzaam toe en de ‘verwachting’ is dat de veiligheid gaat dalen.
Opmerkelijk is dat de mate van sociale cohesie flink achteruit is gehold. Deze bevinding kon rekenen op protesterende geluiden uit de zaal, die juist noaberschap predikte. Steeds minder Almeloërs zetten zich in als vrijwilliger, terwijl veel maatschappelijke initiatieven daar afhankelijk van zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de organisatie van de Profronde van Almelo. Bestuurslid Niels Neeskens merkte op: “Het wordt steeds moeilijker om vrijwilligers te vinden. Zonder hen kunnen we evenementen als deze niet meer organiseren.”
De discussie over vrijwilligerswerk raakte een gevoelige snaar. Menig bezoeker vroeg zich af of jongeren nog wel bereid zijn zich in te zetten. Tot ongenoegen van één de weinig aanwezige jongeren, waaronder raadslid Nynke Veurink (LAS): “De mentale gezondheid van jongeren dendert hard achteruit. We moeten al zoveel, en dan moeten we ook nog vrijwilligerswerk doen?” Een grotere groep mensen in Almelo ervaart stress, hetgeen volgens Middeldorp vooral jongeren raakt. Raadslid Uğur Çete (Lijst Çete) sloot zich daarbij aan: “Waarom moeten jongeren zich altijd aanpassen? Misschien moeten wij als volwassenen anders kijken naar hoe vrijwilligerswerk in deze tijd wél haalbaar is.”
Toch tornt de vermeende afbrokkeling van het noaberschap niet aan het woonplezier in Almelo. Het is steeds ‘leuker wonen’ in de stad en deze trend vordert sneller dan de buurgemeentes. Daarentegen telt Almelo ‘relatief weinig voorzieningen’: er is ‘weinig’ te doen en zijn ‘niet veel restaurants’. Dat kan ervoor zorgen dat inwoners ‘eerder’ geneigd zijn te vertrekken. Er klonk gejoel uit de zaal over de vermeende restaurantschaarste. Maar over één ding was men het eens: op meerdere fronten is Almelo erop vooruitgegaan. Desondanks is er wel werk aan de winkel.