Bloedbank-monopolist Sanquin besloot per 1 januari de bloedbank in Enschede te sluiten. Donoren moeten in het vervolg naar Hengelo. Kostenbesparing, zo luidde het motief. Trouwe donor Willem Jaap Zwart dook in de cijfers, stelde vragen en vermoedt dat er iets anders speelt: “Het lijkt erop dat een maatschappelijke voorziening wordt gebruikt om financieel gewin na te streven.” Sanquin weerspreekt dat.
Sanquin is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet inzake bloedvoorziening. Een uitvoeringsorganisatie die ervoor moet zorgen dat er in Nederland het bloed en het bloedplasma wordt ingezameld dat nodig is voor volksgezondheid en onderzoek. Die bloedvoorziening moet betaalbaar blijven, maar de bloedbank teert in op het eigen vermogen. Daarom besloot de organisatie het aantal afname-locaties terug te brengen van 50 naar 35.
Zwart stelt dat Sanquin barst van het geld. De Enschedeër is al 40 jaar donor, kreeg ‘pats-boem’ een mailtje dat hij niet meer in zijn stad terecht kon, dook in de jaarrekeningen van Sanquin en begon vragen te stellen. Vragen waarop hij naar eigen zeggen geen antwoord kreeg. 1Twente stelde ook vragen. Daarop kwam wel uitgebreid antwoord.
In dit artikel zetten we de vragen van Zwart en de antwoorden van Sanquin naast elkaar.
Het eigen vermogen van de landelijke bloedbank bedraagt bijna 200 miljoen. Zes directeuren (van de elf) ontvangen een jaarsalaris boven de Balkenende-norm. Dat zijn er in 2025 nog drie, zo stelde de club in juni vorig jaar via een brief van Minister Dijkstra aan de Tweede Kamer. De leden van de Raad van Toezicht zitten op die norm. Zwart: “Die verdienen de helft van een modaal inkomen voor vijf vergaderingen per jaar.”
Volbloed is de term die wordt gebruikt voor al het afgenomen bloed. Dat is ingrijpender dan de afname van alleen plasma omdat het lichaam dan nieuw bloed moet aanmaken. Volbloed wordt met name gebruikt bij medische ingrepen.
Bloedplasma is alleen het vocht uit het bloed. Dat wordt tijdens de donatie gecentrifugeerd, waarna de rode bloedlichaampjes aan de donor teruggegeven worden. Afname van alleen plasma kan dan ook veel vaker dan volbloed. Plasma wordt vooral gebruikt voor het maken van medicijnen en voor onderzoek.
Volgens Ivo van Schaik, CEO van Sanquin, lijkt dat eigen vermogen meer dan het is. “Dat is een boekhoudkundige waarde, geld op papier. Het is niet zo dat we daar meteen iets mee kunnen.” Zo’n 80 miljoen van dat vermogen zit in gebouwen en inventaris, honderd miljoen in de waarde van deelnemingen. Niet meer dan een tiende van dat vermogen staat op een bankrekening, stelt Van Schaik. “En daar teren we op in.” Het is om die reden dat de organisatie het aantal afname-locaties terugschroeft. Een kwestie van goed bestuur, stelt de topman.
Het klopt dat zes van de elf directeuren meer verdienen dan de Wet normering topinkomens, maar dat is het gevolg van gestegen cao-lonen. Van Schaik: “Daar zij wij ook niet gelukkig mee, maar aan die loonstijgingen kunnen we weinig doen.”
Dat Sanquin elf directeuren op zo’n tweeduizend medewerkers heeft, komt volgens de topman door de complexiteit van de organisatie. Inzamelen, bewerken, testen, bewaren en distributie van bloed en plasma zijn gebonden aan een hoop regels en dat vergt de nodige zorg en expertise. Hetzelfde geldt voor onderzoek. De organisatie doet dat bovendien in eigen beheer. Anders gezegd: organisatie en logistiek vragen om een flinke verscheidenheid aan specialismen.
Onder de maatschappelijke bloedbank-tak van Sanquin hangt ‘een kerstboom aan bv’tjes’, zo stelt Zwart. “Een stuk of tien. Daar wordt goud geld verdient. Met plasma dat zij gratis krijgen van de maatschappij.” Volgens Van Schaik is het tegendeel het geval. Sanquin bezit inderdaad alle aandelen van een tiental bv’tjes, maar die werken niet met plasma en lijden allemaal verlies. “Plasma wordt onder kostprijs verkocht aan de plasmaverwerker, die er gemeensmiddelen van maakt. Ook op volbloed maken we geen winst. Als er winst wordt gemaakt, vloeit dat naar de bloedvoorziening.”
Sanquin had een fabriek in eigendom waar plasma wordt verwerkt tot geneesmiddelen. Die ging enkele jaren geleden bijna failliet en werd voor 1 euro verkocht. Bij de verkoop is volgens Van Schaik de harde afspraak gemaakt dat producten die met Nederlands plasma zijn gemaakt als eerste in Nederland worden verkocht. De bloedbank heeft daar geen belangen in, toezicht op naleving van die afspraken ligt bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd van het Ministerie van VWS.
Zwart maakte een vragenrondje langs alle gremia van de bloedbank: van receptioniste tot de directeur bloedvoorziening. “Hoe zit het nou, jongens. Waarom, als je geld verdient met plasma. Niemand die me antwoord kon geven. Dan wordt ik achterdochtig.” De veronderstelling dat er geld wordt verdiend met de verkoop van plasma berust dus op een misvatting, volgens topman Van Schaik.
Ook op vragen over de businesscase - wat levert die sluitingen dan op - en welke alternatieven voor sluiting zijn overwogen, kwam geen antwoord. In de met een Woo-verzoek opgevraagde beleidsstukken zijn de hoeveelheden ingezameld bloed en bloedplasma en financiële gegevens weggelakt. “Het lijkt een graaicultuur, terwijl het een maatschappelijke voorziening is.”
Overigens worden die financiële gegevens en de hoeveelheden ingezameld bloed en plasma wel gewoon vermeld in de jaarrekeningen van Sanquin. Inclusief prognoses en scenario's voor gewenste toekomstige ontwikkelingen. Het Woo-verzoek van Zwart was gericht aan het Ministerie, waar om onduidelijke redenen is gekozen om gegevens weg te lakken.
Lees verder onder de afbeelding.
Van Schaik kan niet aangeven waarom Zwart kennelijk onvoldoende antwoord op zijn vragen heeft gekregen, maar hekelt de kwalificatie 'graaicultuur'. Sanquin ontvangt geen subsidie en moet het hebben van de inzameling en de verkoop van bloed en plasma. “Dat laatste is verlieslatend en dat zal in de toekomst waarschijnlijk ook zo blijven.” Ergo: de keus om het aantal locaties te beperken en kosten terug te dringen, ligt voor de hand.
Daarbij geven donoren aan dat zij graag flexibeler openingstijden zien, stelt de Sanquinbaas. “We hebben nu veel kleine locaties die de helft van de week leegstaan.” De organisatie hoopt zo niet alleen kosten te besparen, maar in de toekomst ook meer bloed te kunnen inzamelen. Met name bloedplasma. “Het betekent ook dat we medewerkers grotere contracten kunnen bieden.”
Enschede telt zo’n 4000 bloed- en bloedplasmadonoren. Hengelo 9000, ruim het dubbele. Landelijk zijn dat er ruim 430.000. Sanquin heeft in Hengelo inmiddels een nieuwe locatie geopend met meer voorzieningen en ruimere openingstijden. Voor Enschede wordt een mobiele bloedbank ingezet, maar daar wordt alleen volbloed afgenomen, geen plasma.
Er is minder volbloed nodig, mede als gevolg van verbeterde medische technieken. Aan bloedplasma is (wereldwijd) een tekort.