Er hingen al twee plaquettes met namen van mensen die op Hogere Textielschool De Maere in Enschede zaten en in de Tweede Wereldoorlog om het leven kwamen. Maar er bleek een probleem: de gedenkplaten waren niet compleet. Tot deze vrijdag. Een nieuwe plaquette in het gebouw, dat tegenwoordig als locatie van ROC van Twente dient, toont nu de namen van álle 52 slachtoffers: leerlingen, docenten en de directeur.
De onthulling werd gedaan door ROC-bestuursvoorzitter Trudy Vos en Enschedese burgemeester Roelof Bleker. En bijgewoond door enkele nabestaanden van de gevallenen en vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap.
Ook ROC-leerling Amalia Nkomo, voorzitter van studievereniging ESV Novus, was erbij. “Het was heel mooi, heel indrukwekkend.” Ze noemt het een eyeopener. “Het laat zien dat vrijheid erg belangrijk is.”
De studente weet hoe de plaat tot stand kwam. “Er hingen al twee plaquettes bij ons op school. Docent Peter Venema liep er regelmatig langs en raakte erdoor geïntrigeerd. Hij deed onderzoek en kwam erachter dat er een heleboel namen misten.”
Venema zag verschillende fouten op de plaquette. “Daarom is deze gecorrigeerde versie erbij gehangen.” Daarop staan nu de namen van álle slachtoffers, inclusief die al op de twee oorspronkelijke platen staan. “Die twee blijven ook hangen, gezien het historisch belang.”
Lees verder onder de afbeelding.
Daarnaast deed hij onderzoek naar de verhalen achter de namen op de plaquettes. “Ik heb alle verhalen opgetekend en gebundeld in het boekje ‘Gezichten’. Deze wordt op een later moment uitgegeven en voor educatieve doeleinden gebruikt.”
Geïnspireerd door het onderzoek en het boekje van docent Venema bezochten de studenten van studievereniging Novus afgelopen maand het Nationaal Ereveld in Loenen, de laatste rustplaats voor duizenden Nederlandse oorlogsslachtoffers. Namens ROC van Twente adopteerden zij twee graven van slachtoffers die op de gedenkplaat staan. “Ze waren ooit docent en student op De Maere, maar zijn in de oorlog omgekomen”, legt verenigingsvoorzitter Nkomo uit.
Met de adoptie beloven de studenten de graven af en toe te bezoeken en er bloemen te leggen op bijvoorbeeld 4 mei. Dat deden ze ook tijdens het bezoek in maart. “We hebben er één voor één rode en witte rozen neergelegd en stonden in stilte stil bij de geschiedenis om de oorlogsslachtoffers te eren. We willen de geschiedenis levend houden en de verhalen van deze mensen doorgeven aan toekomstige generaties.”